Beroep A16-Rotterdam bij de Raad van State

Verslag van de zitting bij de Raad van State van 11 mei 2017
Onderwerp zitting: Beroep A16-Rotterdam door Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland
Verslag door: S. Kuijpers (Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland)

Vandaag vond de zitting plaats over ons beroep tegen het Tracébesluit van de A16 Rotterdam bij de Raad van State. Het grote aantal beroepen namens het nog veel grotere aantal appellanten maakt duidelijk dat er veel verzet is tegen deze weg.

Allereerst werd aangegeven dat er tijdens de zitting niet ingegaan zou worden op de ontvankelijkheid van alle mede indieners van beroepen. Want aangezien er bij ieder beroep in ieder geval één appellant zat die zeker ontvankelijk zou zijn, worden alle beroepen hoe dan ook behandelt. Het zou daarom volstaan om in de uitspraak schriftelijk in te gaan op de ontvankelijkheid van de afzonderlijke mede indieners.

Wat nut en noodzaak betreft, gaf het ministerie aan dat een gevoeligheidsanalyse met het nieuwste verkeersmodel (op basis van de nieuwe WLO scenario’s) heeft aangetoond dat nut en noodzaak onverminderd aan de orde zijn. Over wat de resultaten zijn van die gevoeligheidsanalyse, is in het tracébesluit echter niet meer opgenomen dan een regel of twintig aan tekst. En juist de verkeersgegevens die daarin zijn opgenomen wijzen op fors lagere verkeersprognoses dan het oude verkeersmodel. Dit roept dus zeer de vraag op of nut en noodzaak op basis van de meest recente gegevens echt nog wel onderbouwd kunnen worden. Ook de Raad van State moest constateren dat die berekende onderbouwing ontbrak en nut en noodzaak op basis van de meeste recente cijfers dus niet inzichtelijk is gemaakt. De vraag is nu of zij ook zullen constateren dat dit in juridisch opzicht een tekortkoming is.

Over de alternatieven gaf het ministerie aan dat de focus steeds alleen heeft gelegen op de weg omdat andere oplossingsrichtingen niet zouden voldoen, maar dat het iedereen in de inspraak op de startnotitie en de alternatievennota als onderdeel van de Tracénota/Milieueffectrapportage wel vrij stond om op die keuze te reageren. Later werd vanuit de appellanten echter aangegeven dat een door Milieudefensie ontwikkeld alternatief dat gebaseerd is op o.a. beprijzing en investeringen in openbaar vervoer nooit serieus onderzocht is door het ministerie, terwijl dit een net zo grote bijdrage levert aan bereikbaarheid en een nog grotere bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving. Hierop moest het ministerie bekennen dat dat inderdaad niet serieus onderzocht is omdat het nu eenmaal een politieke keuze was om te investeren in asfalt in plaats van openbaar vervoer. Vraag is dus of de Raad van State dit voldoende vindt in het kader van de plicht om alle redelijkerwijs in beschouwing te nemen alternatieven te onderzoeken.

Over de compensatie van de Ecologische hoofdstructuur (EHS) speelden een aantal zaken. Allereerst de locatie van de compensatie. Het ministerie had aangegeven dat dit niet allemaal in de Noordrand van Rotterdam gerealiseerd zou kunnen worden omdat er in gebieden of al sprake was van de ontwikkeling van natuur- of recreatiegebied of grondeigenaren niet meer zouden willen werken. Dat laatste is wel een beetje typisch, want als het om de aanleg van de weg zelf gaat, is het wel of niet meewerken van grondeigenaren ook geen kwestie, die worden dan als het nodig is gewoon onteigend… Daarnaast hield het ministerie over de zekerheid van de realisatie van de compensatie een tegenstrijdig verhaal: enerzijds gaven ze aan dat de realisatie zeker was gesteld omdat er al grond in het Oudeland van Strijen reeds in het bezit is van de overheid en er voor grond in Schieveen een principeakkoord ligt. Maar anderzijds gaven ze ook aan dat die gronden nog geen natuurbestemming hadden gekregen omdat er nog onzekerheden zijn.
Daarnaast was er discussie over de snipper Ecologische hoofdstructuur die in een verbindingsboog komt te liggen en dus straks aan alle kanten omsloten is door asfalt. Volgens het ministerie heeft dat stuk grond nu al geen natuurwaarde en is het slechts “papieren EHS” (letterlijk worden van de woordvoerder van het ministerie). Door de appelanten werd nog benadrukt dat het natuurlijk bizar is dat we nota bene bij de Raad van State moeten uitvechten dat er bij een miljardenproject fatsoenlijk gecompenseerd wordt voor het laatste snippertje natuur dat verloren gaat.

Ten slotte ging het over de Vlinderstrik. Door het ministerie wordt onderkent dat de A16 zorgt voor een (kwantitatieve) aantasting van de Vlinderstrik, maar volgens hen is dit geen probleem omdat er grond van de ruimtelijk reservering die niet nodig is voor de A16 wordt toegevoegd. De vraag is echter in hoeverre een aantasting, ongeacht overige toevoegingen, in strijd is met de Planologische kernbeslissing waarin de begrenzing van de Vlinderstrik is opgenomen.